Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

Het eerste uitgangspunt,‘We laten ons inspireren door de boodschap van Christus’, was het thema van de viering op 30 oktober 2011.

eerste_uitgangspuntHet evangelie is geschreven in een andere tijd met een totaal ander wereldbeeld. Maar welke boodschap hebben wij er dan vandaag nog aan?
Die oude verhalen en teksten uit de Schrift kunnen richtinggevend zijn voor ons zoekend geloven. Ze zetten ons aan tot samen vieren, samen zingen, samen leren en samen dienen. Daarom zien we het als onze opdracht om de teksten zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament  boeiend en eigentijds te vertalen en te hertalen naar ons leven toe vandaag.
Vertalen, hertalen en interpreteren van teksten is nooit af, ieder van ons wordt altijd opnieuw uitgedaagd om de kern en de betekenis van Jezus’ boodschap voor zichzelf te achterhalen en in te vullen. 
Het voorgaan van veel verschillende mensen in onze gemeenschap is een rijkdom: door de verscheidenheid van inzichten laten de teksten een veelheid van betekenissen los die ons leven kunnen inspireren en zin geven.

In de homilie van die zondag ging Mirjam nader in op dat eerste uitgangspunt en vertrok daarbij van  het evengelie van die zondag Mattheüs 23.1-12

"Als Mattheüs aan het woord is, moeten we niet verbaasd zijn dat er nu en dan harde woorden vallen aan het adres van de Farizeeën. Hij schrijft zijn evangelie in een tijd dat de wegen tussen Jezus en Jeruzalem definitief uiteen gaan. De jood Mattheüs is bitter teleurgesteld. Zijn verwijten, in het voetspoor van Maleachi, aan de leiders van Israël, zijn dan ook niet mals. Steeds weer schildert hij de Farizeeërs af als een twijfelachtige mensensoort. Schijn-heiligen noemt hij ze. Ze zweren bij hun ingewikkelde wetten, maar volgen ze zelf niet op. “Moet je hun mooie praatjes horen,” hoont hij, “en kijk dan eens wat ze ervan terecht brengen! ” Maar zijn die verwijten wel terecht? Zeker waren er Farizeeën die ijdel en hoogmoedig waren. Minder geïnteresseerd in geloof dan in het uiterlijk vertoon eromheen. Belust op mooie gebedskleding met nét dat zijden pluimpje extra, op gebedsriemen, nét wat groter dan die van de buurman. Alles om het eigen gewicht te onderstrepen en in de synagoge een zo hoog mogelijke positie te verwerven. Toch lijkt het of Mattheüs wat al te ver gaat in zijn wrok. Denken we in de eerste plaats aan Jezus zelf. Ook Hij komt uit de kringen van de Farizeeën. Ook Hij kent gevoelens van bittere ontgoocheling over hun houding. Toch valt Hij ze nooit aan als groep, als voor nu en de eeuwigheid verlorenen. Uit eigen ervaring weet Hij dat het velen onder hen eerlijk gaat om het grote gebod: de naaste lief te hebben. Daarnaast heeft Hij zelf ervaren hoe strikt hun wetten zijn. Als geen ander beseft Hij hoe remmend de vele regels rond eten, besnijdenis, scheiding, sabbath, kunnen werken. Hoe ze de goede bedoelingen in de weg kunnen staan. “De sabbath is gemaakt voor de mens, niet de mens voor de sabbath”, er is moed voor nodig dat in hun midden te belijden. Toch gaat Hij met elk die het wil het gesprek aan. Met de zondaar en de tollenaar. En ook met de Farizeeër. Klare taal spreekt Hij. Met de  blijde boodschap als hoopvol perspectief. Maar, ze moeten er iets voor doen. Of liever, voor laten. Een stap terug, dat moeten ze. Afstappen van hun hoge troon. Broeder worden van hun naaste. Alleen zo kan het gebod van de liefde worden vervuld.
Er zijn Farizeeërs die luisteren en begrijpen, zoals Nicodemus en later, de Farizeeër Saulus.  Maar hoe velen horen en willen niet begrijpen? Omdat de troon zo mooi is en zo belangrijk maakt. Omdat moeilijke wetten de leiders juist zo prettig hoog doen uitstijgen boven het volk, dat nauwelijks lezen kan. Terwijl in vergelijking daarmee de liefde zo onopvallend is, bijna onzichtbaar. Broeder en zuster worden van elkaar? Wat vraagt dat van ons? En vooral, wat geeft het ons? De bevoorrechten uit de samenleving van toen, zien zich voor een zware afweging geplaatst. Eén die niet zelden ten nadele van de liefde uitvalt. Wij, gelovigen van nu, luisteren er van op afstand naar, en denken er het onze van. Toch moeten we beter niet  te neerbuigend doen. Zijn de boze woorden van Mattheüs over ijdel gedrag in de synagoge, te weelderige kleding, te gretig gebruik van titels, wel verleden tijd? Of is in twintig eeuwen niet zoveel veranderd? Hoe is het eigenlijk gesteld met ónze kerkleiders? En ook, met óns, gelovigen? Vormen wij wel met elkaar de zoekende, naar de ander gekeerde gemeenschap waar het Jezus om te doen is?
Lang geleden is onze kerk inderdaad begonnen als kleine groep gewone mensen. Broeders en zusters met elkaar. Met simpele symbolen gaf men er vorm aan het Woord. Gebroken brood, zoet sap van druiven, de kleine vlam van een olielampje, helder stromend water, witte doeken, onderlinge handoplegging, de vredeswens…Een eenvoudige gemeenschap was het, van door het goddelijke Woord geïnspireerden. Die kleine, zuivere symbolen zijn er nog steeds. Tegelijkertijd lijken ze te zijn ondergesneeuwd door allerlei kerkelijke bijzaken en traditietjes. Van gouden en zilveren attributen tot kasuivels, het ene al rijker bewerkt dan het andere. Van hoge en minder hoge titels tot steeds weer nieuwe regels en geboden. En waar in het kerkelijk verhaal heeft de broeder zijn zuster gelaten?...
Ook onze eigen gemeenschap is een groep mensen samen op weg om aan het Woord van God stem te geven. Niet gemakkelijk, in een seculiere maatschappij waar individualisme de boventoon voert. In een kerkelijk systeem met een top-zware, aan zijn positie uiterst gehechte hiërarchie. Juist daarom is het zo belangrijk ons steeds weer ervan bewust te zijn waar het ooit mee begon. Met dat kleine troepje door Jezus geïnspireerden. Zoekend gingen ze samen op weg. En probeerden in navolging van Hem uit de vele geboden alleen het gebod van de liefde te kiezen. De liefde die, in de woorden van ooit de Farizeeër Paulus, niet ijdel is of zelfgenoegzaam, maar vol goedheid, geloof en hoop.
Bidden wij, dat ook wij ons als gemeenschap telkens weer mogen laten inspireren door Jezus. Bij ons omgaan met elkaar, bij ons omgaan met elke mens die wij ontmoeten."