Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

Op 22 oktober 2015 hield, in het kader van de Dijlelezingen, palliatief arts en jezuïet Marc Desmet een seminarie rond euthanasie. Met het veertigtal aandachtige toehoorders, was de zaal in het gebouw De Noker meer dan gevuld. De vragen die aan de orde kwamen déden er dan ook toe. Ze raakten ons eigen leven. Een leven dat in het algemeen zo heel anders verloopt dan dat van onze (groot)- ouders. We zijn gezonder, eten beter, sporten meer. En daardoor worden we steeds ouder. Maar die medaille heeft een keerzijde. Aan dat langere, betere leven, is in het algemeen ook een langere fase van ziek zijn en sterven verbonden. Veel later dan vroeger, maar ook, veel langer dan vroeger, wordt men met lichamelijk lijden geconfronteerd. Op zich al moeilijk genoeg om te verwerken. En te meer wanneer de zieke daardoor zichzelf - zelfs als er nog géén ondragelijk lichamelijk lijden is, maar alleen de angst daarvoor - als last gaat zien voor zijn omgeving, voor de maatschappij. Zodat hij als uiterste consequentie alleen nog de uitweg ziet van euthanasie. Iets wat vaker voorkomt dan men zou verwachten. Dat mag ons tot nadenken zetten. En ons aansporen ons ouder worden en langer lichamelijk lijden misschien minder als probleem te zien, dan als uitdaging.

Wat betekent het voor ons, zelf nog niet oude, zieke mens, dat er in onze maatschappij mensen zijn die vrezen de ander tot last te zijn? Aanvaarden wij dit, of moeten wij dit niet willen? Omdat wij, zeker als Christengemeenschap, in verbondenheid met ‘de ander’ willen leven? Moeten wij onszelf en elkaar dàt dan niet in de eerste plaats leren? Dat we elkaar tot last mógen zijn, dat er trouwens altijd een last is die we elkaar te dragen geven, ook als er ‘euthanasie’ wordt gevraagd! Wat te denken van de last die de dokter te dragen heeft, die de beslissing moet nemen en uitvoeren? Of de naaste omgeving, die moet leven met de wetenschap van euthanasie bij een dierbare? Verbondenheid is misschien wel waar deze nieuwe situatie van ‘langer lichamelijk lijden’ bij uitstek om vraagt. Iets wat palliatieve zorg kan en durft geven. Het weten dat we waardig mogen sterven. In verbinding met onze omgeving, die daar tijd en ruimte voor biedt. Dan mag dikwijls ervaren worden hoe ook de stervende zelf die verbondenheid geeft. Aan wie stil en aandachtig getuigen mogen zijn van het heen gaan: familieleden, vrienden, verzorgenden. Zelfs kan, in waardigheid overlegd en toegepast, en ook eventueel samen gaand met palliatieve zorg, euthanasie die verbondenheid geven.  Als er ondragelijk lijden is en de behandelend arts, de naasten, er maar vrede mee kunnen hebben, ermee kunnen ‘leven’. ‘Er is veel ethiek, ook in het ongeoorloofde’.

Euthanasie mag een zwaar verhaal zijn, een zwart-wit verhaal is het zeker niet. Marc Desmet hield ons een middag lang ‘vast’ met zijn boeiend seminarie. Dat ons allen een impuls heeft gegeven tot genuanceerder nadenken over dit moeilijke onderwerp.
Ook de avondlezing van Marc Desmet boeide een volle zaal in de Contourkapel.
Mirjam