Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

DSC 6854 2Tijdens de viering van de Doop van de Heer op 10 januari 2016, stond centraal de vraag, wat het doopsel voor ons allen betekent. Daarbij werd ook gekeken naar de doopcatechese die we sinds anderhalf jaar in onze gemeenschap aanbieden aan jonge ouders.  Vooral belangrijk is, denkt Zuster Ann,  dat we ons in ons dagelijkse leven niet zomaar laten meedrijven met de slogans van onze moderne maatschappij, maar echt bewust in het leven  staan. Maar, stelt ze vast, “Het vraagt moed om jezelf van tijd tot tijd af te vragen: wat betekent het voor mij om als gedoopte door het leven te gaan?”

In haar homilie benadrukte Myriam  (foto), dat het evangelie van Christus’ doop in de Jordaan niet gaat over een doop, waardoor mensen lid worden van een groep of van een godsdienst. Nee, deze doop is het teken van een 'nieuw begin'. Johannes riep de mensen op om opnieuw te luisteren naar de woorden van de vroegere profeten, zoals Jesaja: 'Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht!'. En velen lieten zich door hem dopen als teken dat ze 'nieuwe mensen' wilden worden en hun geloof weer ernstig wilden nemen. Myriam vertelde over haar ervaringen bij de doopcatechese, die begint met een gesprek met de ouders van de dopeling: “Op een paar gesprekken na gebeurde er elke keer ‘iets’: ouders zijn verwonderd dat we met een grote openheid naar hen toe komen, niet alleen met vragen maar ook met onze eigen getuigenis. Dat creëert een zekere verbondenheid maar ook een openheid om te verkennen wat een gelovige gemeenschap voor hen zou kunnen betekenen. De ouders motiveren op een daaropvolgende ouderavond hun ‘ja’, aan de hand van kaartjes met uitspraken over waarom ze hun kindje laten dopen. We staan samen stil bij de symbolen van het doopsel en hun betekenis. Ook aan de concrete invulling van de viering geven ze samen vorm”.

In de voorbeden werd vervolgens de talrijk aanwezige jeugd bedacht: ‘Wij denken in het bijzonder aan de kinderen in ons midden, jonge mensen, van wie het leven nog aan het begin staat;dat ze een thuis mogen hebben, met veiligheid, houvast en geborgenheid.’