Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

JA op 25.12.2016JPGIk lees een stukje uit de krant van een paar dagen geleden.
Het aantal roepingen zit op een dieptepunt en de kerken lopen leeg. Zelfs indien Europa verder de weg van de ontchristelijking bewandelt, zal het voor de jihadisten - de mannen van I.S. - genoeg zijn. Dat meent de Franse filosoof Pascal Bruckner. In verband dus met de aanslagen, in het bijzonder de recente aanslag op de kerstmarkt in Berlijn.
"Voor de moslimextremisten zijn we nog steeds veel te christelijk", legt Bruckner uit tijdens een interview in de Franse krant Le Figaro. "Zij dromen ervan om het Westen volledig op te kuisen. Zij willen alle kathedralen, abdijen en klokkentorens weg. Elk symbool van goddeloosheid (in hun ogen dan) moet verdwijnen. Onze kerstmarkten zijn voor hen een heidense activiteit. Mensen die ze bezoeken, moeten bestraft worden."
De jihadi's vergoelijken hun aanslagen door te verwijzen naar onze christelijke wortels, terwijl wij er volgens Bruckner net alles aan doen om ons krampachtig van die wortels los te maken. Tot zover het stukje uit de krant.

Ik weet niet of het helemaal correct is. Dat van de jihadi’s wel. Dat hebben ze ondertussen bewezen. Toch nog eens uitdrukkelijk aan toevoegen, op deze dag van “vrede op aarde aan alle mensen van goede wil”, dat de grote meerderheid van onze moslimburen tot die mensen van goede wil  behoren, ook in Mechelen. Maar ik ben niet zo zeker dat Bruckner gelijk heeft dat “wij” (de mensen in West-Europa) er alles aan doen om ons van onze christelijke wortels los te maken. Er zijn natuurlijk tekens van een bepaalde krampachtigheid op dat gebied. De anekdote al dan niet een kerststal in het gemeentehuis van Holsbeek kadert daar in, maar heeft voor de rest geen belang. Meer fundamenteel vraag ik mij af of wij dat wel kùnnen, ons los maken van de christelijke wortels. Of wij daartoe in staat zijn. Juist omdat onze cultuur én onze samenleving daar helemaal op gebouwd zijn. Ondertussen beschouwt het grote deel van de autochtone bevolking zich als niet-kerkelijk tot niet-gelovig. Dat is een ontwikkeling die op zich niet negatief hoeft te zijn. De tijd dat Kerk en maatschappij samenvielen is voorbij.

Alleen, we kunnen er niet aan voorbij. Wij zijn als maatschappij gebouwd op waarden en die dragen we mee vanuit onze Joods-christelijke oorsprong. Uiteindelijk is heel onze verzorgingsstaat daaruit voortgekomen. Het feit dat we voor elkaar zorg dragen. Het klinkt redelijk vanzelfsprekend, maar het is dat niet. Ik heb me wel eens verwonderd dat bij een ongeval de hulpdiensten zonder meer alle gewonden verzorgen. Nooit wordt er gekeken naar afkomst of overtuiging, noem maar op. Hup, iedereen de ambulance in. Is dat vanzelfsprekend? Voor ons wel. En waarom? Omdat we dat in een paar duizend jaar geschiedenis geleerd hebben en gewoon geworden zijn. Of we ons nu uitdrukkelijk gelovig noemen of niet.

Wij zijn mensen geworden. Tweeduizend jaar geleden waren we iets wat op mensen  geleek. We waren wild en ruw. We waren overgeleverd aan duistere krachten en aan boze goden. Vanuit ver land, heilig land is goed nieuws komen overwaaien. Daar is een man opgestaan die ze Gods eigen Zoon zijn gaan noemen. Licht in het donker, zo hebben mensen de Joodse rabbi Jesjoea mogen ervaren. Hier te lande zijn we hem Jezus gaan noemen.

Kerstmis is het begin. De geboorte van het licht. Niet alleen in het oosten, maar ook in het westen werd een ster gezien. Wij zijn tot bij Jezus geraakt; Jezus is tot bij ons geraakt. Het verhaal van zijn geboorte is uiteindelijk bijkomstig en we kennen daar geen historische details van. Excuseer dat ik dit zo ruw zeg. Maar in het kerstverhaal worden de lijnen uitgezet. Dat Jezus als boreling in een voederbak voor de beesten werd neergelegd, dat mag al een voorafname zijn van zijn grenzeloze solidariteit met degenen die niets hebben – nog altijd zoveel kinderen, zoveel mensen in deze, onze wereld. Tweeduizend jaar later. Dat iemand van Godswege goed nieuws komt brengen, de eerste engel van de kerstnacht is ook al zo’n teken. Jezus zelf is Gods engel, Gods boodschapper bij uitstek geworden. En dat er in de nacht gezongen wordt over “eer aan God”, ja natuurlijk, en over “vrede aan alle mensen van goede wil”, dan gaat het van Betlehem tot hier in Mechelen over iedereen die tot die vrede bereid is.

Iedereen. Eigenlijk is die uitdrukking “vrede aan alle mensen van goede wil” een heel seculiere uitdrukking, niet direct “godsdienstig” – alsof de engelen in de velden van Betlehem al konden bevroeden hoe alles zou evolueren. Maar onze oorsprong hoeven we niet kwijt. Onze wortels. Kerstwortels.