Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

In de kerstnachtviering in O.L. Vrouw o/d Dijle in Mechelen hield Jef vander Krieken deze homilie:

P1080819 kopieHet kerstverhaal zou een heel gewoon verhaal kunnen zijn. Een vrouw  op reis die zwanger is moet plotseling bevallen en redt zich zo goed en kwaad als het gaat. Ze wordt moeder van een zoontje.
Maar het gaat over veel meer dan dat. Het wordt een verhaal dat ons wil doen nadenken. Er wordt een kind geboren ver van huis en zijn ouders zijn nergens welkom. Ze moeten halsoverkop vluchten om te ontsnappen aan de razernij van een bange koning.
We zouden kunnen zeggen: dit is maar een verhaal en in verhalen wordt alles soms dramatischer voorgesteld dan het is. Dat kan! Maar een verhaal is ook een spiegel van wat echt gebeurt. Hoogzwangere vrouwen op de vlucht, worden tegengehouden door  een muur van prikkeldraad en soldaten duwen hen ruw weg… Ergens zal een kind geboren worden, wellicht in een tentenkamp.  We kunnen er ons van afmaken door te beweren dat de beelden overdreven zijn.  En we liggen er niet wakker van.
Gaan wij dan gewoon geraken aan heel beangstigende beelden en verhalen?  Aan explosies, rook, stof, rondvliegend glas en mensen die rennen voor hun leven? Aan de dolle rit van een vrachtwagen die Kerstmarktbezoekers de dood injaagt. Aan de bommenregen op Aleppo en Mosul en de ondraaglijke ellende van kinderen die nooit iets  anders gekend hebben dan oorlog en bloedvergieten ? Zijn we niet langer in paniek bij overbevolkte, gammele bootjes die vanuit Turkije of Libië tot in het zuiden van Europa proberen te geraken … of er niet in lukken?
Is het omdat men ons wil doen geloven dat de bedelaars in onze straten door mensensmokkelaars opgetrommeld zijn dat we hen zonder scrupules durven voorbij lopen? Hoe komt het dat wij onverschillig blijven als 1 op de 7 Belgen onder de armoedegrens leven, en dat 1 op de 5 kinderen arm aan hun leven moeten beginnen? 

Het kerstkind moet opnieuw in en door ons geboren worden.

DSC 8736 kopie


P1080819 kopie“Laten we Jezus dan vandaag binnenlaten en hem vieren. Niet alleen als een schattige boreling. Als hij dertig jaar is komt hij moedig en sterk naar voor. Het zijn mensen rondom hem heen die ervoor gezorgd hebben dat hij kon worden wie hij werd. Hij is dan als opnieuw geboren. Zijn fel gedurfd programma bewijst het. In wat hij vertelt en doet, beginnen sukkelaars te beseffen dat hij een man is die zich niet verzoent met uitbuiting, met onderdrukking. Zijn boodschap vat hij samen in weinig woorden: ‘Hou van medemensen zoals je van jezelf houdt’. En hij vraagt ons hetzelfde te durven doen”. Die oproep deed voorganger Jef Vanderkrieken in zijn homilie in de Middernachtmis van Kerstmis 2016, waar ook heel wat jonge mensen aanwezig waren.

Jef ging voor, samen met Caroline en Mimi. Hij sprak over het gevaar van onverschilligheid bij het vele lijden in onze wereld. Het kerstkind moet opnieuw in en door ons geboren worden. Dat is begonnen in het kleine, in de ontmoeting van mens tot mens, om tenslotte grootse dingen te doen.

Nieuwjaar 2017 in O.-L.-Vrouw o/d Dijle

Op de eerste plaats een gezegend en hoopvol 2017 aan iedereen!
Pastoor Jan brengt ons allemaal zijn nieuwjaarswens.

Op zondag 1 januari 2017, Nieuwjaar, was er om 10.00 u. een viering. Ze werdmuzikaal opgeluisterd door Heidi De Nef.

De viering van het nieuwe jaar in onze gemeenschap is op zondag 8 januari, waarbij we ook vooruit blikken op dat nieuwe jaar. En na die viering is iedereen uitgenodigd voor een receptie in de kerk, waarbij  we elkaar persoonlijk alle goeds kunnen wensen voor het nieuwe jaar.

We wensen u alvast een gezegend en gelukkig 2017 toe.

DSC 6872

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

DSC 6855DSC 6860Op het feest van Driekoningen 2016 vierden wij het Nieuwe Jaar. Dat werd gemarkeerd door een bewogen homilie van Guido Knops over de toekomst van onze gemeenschap. Hij wees erop dat, zoals voor de drie wijzen, ook voor ons het uitgangspunt is ‘We laten ons inspireren door de boodschap van Jezus’. Dat kan, zoals Guido zei: “als we elkaar steunen om als christen te leven in een geseculariseerde wereld, en als mensen binnen onze gemeenschap uitdrukkelijk verantwoordelijkheid opnemen. En we zijn uitermate blij dat zovelen verschillende  taken op zich nemen”. Sprekend over de verantwoordelijkheden waarvoor we als gemeenschap staan, gaf hij aan, dat met de ziekte van Pastoor Jan en de hoge leeftijd van onze voorgangers Bob, Juliaan en Jef, de inzet van ons allen belangrijker wordt.

“Vanuit de Pastorale Ploeg en de liturgische groep hebben we sinds de voorbije zomer ervoor gekozen om in elke viering, naast een gewijde voorganger ook een toegewijde voorganger mee te laten voorgaan. Dat vraagt tijd en engagement om zich in te werken. Op deze wijze maken we de band tussen voorgangers en de gemeenschap nog hechter”.Ook wordt in onze gemeenschap hard gewerkt aan de catechese: “Twee keer in het jaar is er een catechesemoment met de ouders na de viering: zo ook op zondag 31 januari wanneer we de viering van het Licht hebben. De eerste communie zelf heeft plaats op zondag 8 mei en niet meer op Hemelvaartdag. We willen de eerste communie echt in de gemeenschap, dus in de zondagsviering,  binnen brengen”.

DSC 6843Er stonden maar weinig mensen bij stil, toen, nu zo’n tweeduizend jaar geleden, in een verre uithoek van het Romeinse Rijk, een jongetje geboren werd, Jeshua, zoon van Jozef, de timmerman, en zijn vrouw Maria. Geen beroemd, geen rijk stel was het. Al stamde Jozef dan uit het huis en geslacht van de grote koning David. Daarom waren ze ook naar Bethlehem gereisd. Het was de stad waar koning David ooit vandaan kwam. En op bevel van de keizer werd in die dagen een volkstelling gehouden; ieder moest zich laten inschrijven in de stad van zijn voorvaderen. Zo vertelt ons de evangelist Lucas. Wat hij schrijft, komt misschien op eerste gehoor over als een kort krantenberichtje, een stukje geschiedenis over een volkstelling, zestig jaar eerder. Maar dat is zeker niet wat Lucas wil dat we in zijn woorden beluisteren. Hij wil géén feitelijk verslag doen van een geboorte of volkstelling. Wat hij hoopt, is dat we door zijn verhaal heen, een andere, een diepere melodie horen. Er is hem iets overkomen, wat voor altijd zijn leven heeft veranderd. En dat, unieke gebeuren, wil hij niet  voor zichzelf houden, als een goed bewaard, exclusief geheim. Hij wil ons erin laten delen.

‘Stel het je voor,’ zegt hij, ‘de deinende menigte, al die mensen op weg om zich te laten inschrijven. Daartussen gaan ze, de man Jozef, en zijn zwangere vrouw, het meisje Maria, op weg van Nazareth, waar ze wonen, naar Bethlehem, de stad van David, om zich te laten inschrijven. En terwijl ze door de smalle straatjes van Bethlehem lopen, kondigt het kindje zich aan. Het wil geboren worden. Maar het is druk in het stadje. Zoveel mensen op trek, in de herberg is geen plaats meer voor de man en de vrouw.’ ‘Géén plaats in de herberg?’ Komt ons, luisteraar van nu, dat bekend voor? Zien we ze voor ons?