Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

In deze Coronatijd neemt Wannes Vanderhoeven een nieuw initiatief: een zondagse orgelmeditatie. Opgenomen in zijn studio, met muziek die gepast is in deze vastenperiode waarin we noodgedwongen van héél veel afstand moeten doen. .
Orgelmeditatie #1: J.S.Bach:  Erbarm dich mein, O Herre Gott

 

De orgelmeditatie van zondag 29 maart is de "Sonatina" van J.S.Bach.

Deze Sonatina is de instrumentale inleiding van één van Bachs eerste cantates: "Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit". 

Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit. 

In ihm leben, weben und sind wir, 

solange er will. 

In ihm sterben wir zur rechten Zeit, 

wenn er will.  

 

SIMPELWEG UNIEK

Bach betrapt met z'n oren wijd open

Op carrière-reis van stad tot stad – Lüneburg, Arnstadt, Mühlhausen, Weimar, Köthen, Leipzig – zag Bach zijn roem als organist groeien. Die reputatie wordt misschien het best geïllustreerd met een episode uit 1717, toen hij het in Dresden zou opnemen tegen de internationaal beroemde virtuoos Louis Marchand. De Fransman koos het hazenpad, nog voor iemand ook maar een noot had gespeeld. De Duitser won deze thuiswedstrijd dan ook met de vingers in de neus.

Toch moest zelfs een vanzelfsprekend genie als Bach zijn draai vinden, zoals blijkt uit deze rechttoe-rechtaan koraalbewerking van rond 1704. Hij zet de melodie in halve noten in de bovenstem op een begeleiding van herhaalde vier- en vijfstemmige akkoorden in achtste noten. Niets meer dan dat, en voldoende voor de grote Bachkenner Albert Schweitzer om begin twintigste eeuw te poneren dat zo’n eenvoudig stuk nooit uit Bachs pen had kunnen vloeien. Het werkje, overgeleverd in een kopie van ‘koralenman’ Walter, wordt inmiddels wel aan Bach toegeschreven, al kennen we geen ander voorbeeld van deze stijl in zijn oeuvre.

Een experiment dus, waarvoor we geen voorbeelden vinden bij de complexe Noord-Duitse stijl van Buxtehude en omgeving, maar wel bij Kuhnau, die als net-benoemde Thomascantor breed gekend was. In zijn eerste ‘bijbelse’ klaviersonate (1700) laat hij de onderdrukte Israëlieten op precies zo’n achtstenbegeleiding het koraal Aus tiefer Not ‘zingen’ – overigens opnieuw een boetepsalm. Andere voorbeelden, ook harmonisch, zijn langzame delen uit Corelli’s sonates uit 1694. Later zou Bach nog voortbouwen op die Italiaanse inspiratie, zoals in het Concerto nach Italianischem Gusto, BWV 971, maar ook in tal van cantates en concerten.

Wannes Vanderhoeven