Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

Op de laatste dag en zondag van augustus was pastoor Jan Arnalsteen, na een hele tijd afwezigheid omwille van gezondheidsproblemen, opnieuw present in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw over de Dijle. De homilie die hij uitsprak naar aanleiding van Matteüs 16,21-27, was hem en blijkbaar vele anderen “op het lijf geschreven”. Vandaar deze publicatie, ter verdere overweging.

P1060707Petrus heeft vorig weekend aan Jezus gezegd dat hij - en bij uitbreiding de andere leerlingen - dat ze Hem als de Messias zien. Klinkt goed, super zelfs. Jesus Christ, superstar. Jezus die schittert boven alle anderen. Hij schittert als leidsman, als inspirator, als mens van God.
Vandaag probeert Jezus zijn leerlingen voor te bereiden op de andere kant van de medaille, de andere kant van het Messias-zijn. Ze wisten al wel dat er hier en daar tegenwind was, maar dat het op zo iets dramatisch zou uitlopen, dat hadden ze niet verwacht. Ter dood worden gebracht in Jeruzalem. Zeg, alstublieft.

De eerst reactie van Petrus, vorig weekend tot steenrots aangesteld, is begrijpelijk. Lijden tot de dood er op volgt? Natuurlijk gaan de leerlingen dat niet laten gebeuren. Trouwens, wil God dan dat zijn Zoon gaat lijden  en sterven? Of is zal het lijden en sterven van Jezus een uitloper zijn van wat Hij zegt en doet? In elk geval: No way, geen denken aan. God moet dat dan maar zelf verhoeden. Om het mooie werkwoord van Petrus nog eens in de mond te nemen.  Maar God blijkt weinig te verhoeden of weinig te kunnen verhoeden. Dat was toen zo, dat is nu zo. Mensen kunnen, bijvoorbeeld ziek worden. Ook goede mensen, ook gelovige mensen. Soms hoor ik wel eens zeggen: “Als de bandieten allemaal eens ziek werden, de ellende in de wereld zou vlug opgekuist zijn”. Zo werkt het natuurlijk niet. Wat wel kan gebeuren, wat wel mag gebeuren, is dit: de goede mens, de gelovige mens mag zijn vertrouwen in God binnenbrengen ook in zijn pijn, in zijn verdriet, in zijn onmacht, in zijn ziek-zijn.

Elke mens maakt dingen mee die hij niet graag meemaakt; elk mens kent –  vroeg of laat, veel of weinig – lijden in zijn leven. Vraag is wat we er mee doen. Sinds een aantal maanden ben ikzelf ervaringsdeskundige op dit gebied, of toch een beetje. Met de vraag of ik dan “mijn kruis kan opnemen”, zoals Jezus deed. Hij is daar vastberaden in, zegt het evangelie. Ik/Wij iets minder waarschijnlijk, maar dat is toegelaten. In elk geval: Jezus begon zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan, zeg maar: naar Golgotha moest gaan.  Maar, en dat is nu net het punt, het was zijn diepste, zijn innerlijkste overtuiging dat Hij die weg niet alleen moest gaan. Mensen rondom Hem en God die meegaat. Het zou mooi en goed zijn als ook wij vanuit dat vertrouwen zouden kunnen leven … Als ik vanuit dat vertrouwen zou kunnen leven.

“Zijn kruis opnemen of zijn kruis dragen”, dat zit bij ons in de sfeer van “Ieder huisje heeft zijn kruisje”. Dat dus niet altijd zo klein is. Alle miserie en ellende die dus ook goede mensen, gelovige mensen treft. Een Joodse rabbijn, Harold Kushner, heeft in dit verband behartenswaardige woorden geschreven in zijn boek: Als het kwaad goede mensen treft. Over zijn veertienjarige zoon die ziek wordt en sterft. En wat dat bij hem teweeg brengt. Het is een hele tijd geleden dat ik het boek gelezen heb, maar de conclusie is mij bijgebleven. Kushner zegt dat hij door het hele proces dat zijn zoon, hijzelf en de rest van de familie hebben moeten doormaken, dat hij daardoor een sterkere mens is geworden, een meer invoelende mens, wie weet een betere rabbijn. Maar al die verworven kwaliteiten, zegt hij, zou ik op slag kwijt willen als ik mijn zoon terugkreeg.
Lijden op zich is zinloos. Lijden binnenbrengen, een plaats geven in gelovig leven, is zinvol.

Maar ik wou nog iets anders zeggen. Over “zijn kruis opnemen”, dat in de sfeer zit van “Ieder huisje heeft zijn kruisje”. Namelijk dit. Matteüs de evangelist had ook vervolgde christenen als toehoorders. Die beter dan wie ook beseften wat het betekent om Jezus achterna te gaan en het kruis op te nemen.
Er zijn er op vandaag nog die dat weten, die dat meemaken, die dat voelen. Koerdische christenen bijvoorbeeld, die aan den lijve meemaken wat het betekent om christen te zijn en vooral te blijven. De zieke criminelen van de “Islamitische Staat” houden het thema actueel. Naar christenen toe en naar andere geloofsovertuigingen toe. De Yezidis op de berg van de vervolging …

Zoals ik al zei, lijden op zich is zinloos. Je moet het niet zoeken, het komt wel – vroeg of laat. Maar het mag ons vooral niet tegenhouden om doorheen alles hoopvolle mensen te blijven, zoiets als “blije” christenen – niet flauw bedoeld – maar “blij” net omwille van de hoop. Waar God mee te maken heeft. Jezus wist dat heel goed.