Onze Lieve Vrouw Over de Dijle

We hebben zondag 29 januari 2017 in onze gemeenschap geluisterd naar Matteüs 5, 1-12 over Jezus’ bergrede. Jef Vanderkrieken ging in zijn homilie op zoek naar ‘zalige’ mensen. Zij zijn te vinden, daar waar wij leven. Zij dagen ons uit om zelf, in het spoor van Jezus, onze weg te vinden naar deugddoende ‘zaligheid’. Hieronder volgt een samenvatting van zijn homilie.

“Vandaag luisteren wij naar het begin van de bekende Bergrede van Jezus. Hij stelt een programma voor, een manier van leven. De ‘tien geboden’, die Mozes, in het Uittochtverhaal, van Jahweh had gekregen, schaft hij niet af. Hij wil ze vervolmaken, de lat wat hoger leggen. Hoe doet hij dat? Hij kondigt iets radicaal nieuws aan. Hij noemt dat ‘de komst van Gods nieuwe wereld’. Dat is een manier van leven waarin God als  inspirerende kracht werkzaam mag zijn; een samenleven waarin mensen met elkaar liefdevol verbonden zijn. Eigenbelang en de overtuiging dat je beter bent dan anderen, meer rechten hebt, mogen dan niet langer de doelstellingen zijn.   Niemand kan op zijn eentje dat volledige programma realiseren. Daarom is het goed dat wij zijn voorstellen in gemeenschap, met zielsverwanten, levendig en eigentijds durven invullen,  om daarna op zoek te gaan naar wat wij aankunnen, hoe wij elkaar kunnen ondersteunen, waar op ons mag gerekend worden om beschamende ellende uit de wereld weg te helpen. Het wordt een tocht naar wat meer hemel op aarde. Als de ‘10 geboden’ eerder benadrukken wat niet mag, (Dood niet, steel niet!) dan duikt er in de Bergrede een uitdagend ideaal op waarmee je nooit helemaal klaar bent, een manier van leven in het spoor van Jezus. Daarom wil hij mensen ‘feliciteren’ die meegaan op die weg: ‘gelukkig zijn zij’ horen wij in de acht zaligheden. Wat is het geweldig ‘zalige’ mensen te ontmoeten, zegt hij. Zij zijn zuiver van hart. Zij doen dikwijls geen formidabele dingen maar dag aan dag bouwen zij in spontane liefde aan hun gezin. Zij stellen hun hart  open voor medemensen. Wie in de knoei zit mag rekenen op extra begrip en steun. Of zij zijn de bondgenoten van diegenen die vechten voor gerechtigheid. Zij stimuleren ons niet terug te krabbelen als mensen in nood naar ons de hand uitsteken, als vluchtelingen hier wat warmte en begrip komen zoeken. Trouwe tochtgenoten zijn het die aan vrede kansen geven. Het is indrukwekkend hoe zij blijven kiezen voor dialoog en in de kracht van wapens geen oplossing zoeken. Die mensen die Jezus ‘zalig’ noemt zijn mannen en vrouwen die zachtmoedig, niet veroordelend op weg gaan met wie een verkeerde keuze gemaakt heeft. Zij zijn ouders die nederig durven bekennen dat zij niet alles weten, zelf niet volmaakt zijn maar  eerbied hebben voor de doordachte keuze van hun kinderen. Slechte slapers die geen rust vinden omdat ruzie niet bijgelegd is; omdat barmhartig vergeven een kostbaar geschenk is dat je kan geven maar ook kan krijgen. Zij zijn mensen die treuren om wat verkeerd loopt in de samenleving maar zich niet neerleggen bij onrecht dat blijft voortwoekeren. Zij blijven ook rekenen op ons en op de komende generaties om het tij te doen keren. Zoals Michelle Obama, die met tranen in de ogen, bij haar afscheid, jonge mensen toesprak met ’Wees niet bang. Wees hoopvol en sterk. Wees vastberaden’. Ach, het blijft een weldaad die hartelijke, heerlijke mensen te mogen ontmoeten, te feliciteren. Zij zijn niet volmaakt maar maken het leven leefbaar, genietbaar. Zij zijn Licht omdat ze de droom van God blijven dromen. Op de plaats waar zij werken, in hun buurt, in hun gezin doen zij hun best om Zijn naam te vertalen in ‘Ook ik ben er voor u’. Dikwijls worden zij niet naar waarde geschat, men noemt ze soft, ze worden niet au sérieux genomen, wel eens vastgelegd in spottende karikaturen. Maar zij zijn duidelijk schatten van mensen die ons de weg wijzen en Gods nieuwe wereld nu al doen gebeuren. Echt zalige mensen.”